De Maine Coon
De oorsprong van de Maine Coon
De Maine Coon is een grote, stoere en vriendelijke kat die zijn wortels heeft in Noord-Amerika. Vroeger dachten mensen dat de Maine Coon ontstond uit een kruising tussen een lynx en een wasbeer (rac-coon). Dat blijkt natuurlijk gewoon een verhaal te zijn. Deze katten kwamen van oudsher veel voor in de staat Maine, waar boeren ze kenden als uitstekende stalkatten én trouwe huisgenoten. Daar komt ook de naam Maine Coon vandaan.
Hoogstwaarschijnlijk stammen de voorouders van de Maine Coon af van langharige rassen uit Europa. Denk aan de Pers, de Turkse Angora en de Noorse Boskat, die met zeilschepen naar Amerika kwamen. In de loop van eeuwen ontwikkelde zich daar een natuurras: sterk, robuust en perfect aangepast aan het leven in koudere streken.
De Maine Coon geldt als een natuurras. Dit betekent dat het ras op natuurlijke wijze ontstond en dat er binnen de rasstandaard niet gekruist wordt met andere rassen. Het is trouwens het grootste gedomesticeerde kattenras ter wereld.
Gedomesticeerd houdt in dat de dieren door mensen worden gehouden en zich geleidelijk hebben aangepast aan het samenleven met mensen.

Het uiterlijk
Een Maine Coon wordt gemiddeld 12 tot 15 jaar oud. Omdat dit ras zich relatief langzaam ontwikkelt, bereiken ze pas rond hun 4e jaar hun volledige grootte. Pas dan hebben ze hun definitieve formaat, type en vacht ontwikkeld.
Maine Coons zijn aanzienlijk groter dan de gemiddelde huiskat.
Een volwassen exemplaar weegt meestal tussen de 5 en 9 kilo, waarbij katers vaak wat groter en zwaarder uitvallen dan poezen.
Kenmerkende eigenschappen van het ras zijn onder andere:
een stoer, krachtig uiterlijk,
een ruige, halflangharige vacht met een volle kraag,
lang haar op de buik en “broek”,
een stevige snuit en kin,
pluimen op de oren (lynx tips),
een lange, volle staart die minstens zo lang is als het lichaam.
Onderhoud vacht
Hoewel de Maine Coon een lange, volle vacht heeft, valt het onderhoud meestal goed mee. De vacht vraagt geen extreem intensieve verzorging, maar regelmatig kammen blijft wel essentieel om klitten te voorkomen en de vacht mooi te houden.
Over het algemeen geldt:
één keer per week kammen is meestal voldoende voor een mooie, glanzende vacht.
De vacht is van nature waterafstotend en beschermt de kat tegen kou, regen en sneeuw. Dit licht “vettige” laagje helpt ook om klitvorming tegen te gaan.
Tijdens de ruiperiode kun je je kat extra helpen door hem ongeveer twee keer per week voorzichtig door te kammen met een grove kam.
Het gewicht van kittens
Leeftijd
- 0 weken
- 1 week
- 2 weken
- 3 weken
- 1 maand
- 2 maanden
- 3 maanden
- 4 maanden
- 5 maanden
- 6 maanden
- 1 jaar
- 1.5 jaar
- 2 jaar
Katers
- 100 - 180 g
- 220 - 310 g
- 330 - 450 g
- 400 - 630 g
- 610 - 870 g
- 1100 - 1700 g
- 1700 - 2800 g
- 2700 - 4200 g
- 3200 - 5200 g
- 3700 - 5800 g
- 6000 - 9000 g
- 6000 - 9500 g
- 6000 - 10000 g
Poezen
- 100 - 160 g
- 200 - 280 g
- 320 - 420 g
- 390 - 580 g
- 550 - 810 g
- 1050 - 1500 g
- 1600 - 2400 g
- 2500 - 3800 g
- 2700 - 4100 g
- 3000 - 4200 g
- 4000 - 7000 g
- 4200 -7200 g
- 4500 - 7300 g